“Tell me and I will forget, show me and I may
remember, involve me and I’ll understand”
– Ben Franklin
Er wordt
steeds meer aandacht besteed aan ervaringsgericht leren. Daar wordt vaak het informele karakter van leren aan verbonden.
Het 70:20:10 principe van Charles Jennings2 lijkt een hype te zijn
binnen deze ideeën over informeel leren. Bij dit principe wordt er vanuit
gegaan dat ongeveer 70% van het leren een informeel karakter heeft. Dit wil
zeggen dat men leert door werkervaringen. De dagelijkse praktijk met zijn taken
en uitdagingen zorgt voor het grootste gedeelte van het opdoen van kennis bij
medewerkers. Daarnaast leren zij voor ongeveer 20% van elkaar, door contact met
collega’s en samenwerkingen. Dan blijft er nog maar 10% over voor het formeel
leren via trainingen, cursussen en dergelijke. Belangrijk is dat het management
het informele leren op de werkplek ondersteunt2. Hierbij lijkt
Jennings zich voornamelijk te richten op de tools die nodig om tot de juiste
kennis te komen en het teweegbrengen van oefenmomenten.
Ik denk dat je hier niet ver
mee komt. Wanneer medewerkers zelf geen inzicht hebben in de tools of personen
die zij nodig hebben, zullen zij deze kennis niet verkrijgen. Daarnaast moeten medewerkers
inzien welke kennis zij überhaupt nodig hebben. Een valkuil kan zijn dat er onbewust
foute kennis, vaardigheden en attitudes worden aangeleerd4. Daarom
wordt ook wel gezegd dat juist de 20% en 10% principes belangrijk zijn om tot
dit inzicht te komen en dat er dan pas tot een goede toepassing van de 70%
principe wordt gekomen3.
Er
zijn dan ook veel twijfels over het 70:20:10 principe van Jennings. Zo is
gebleken dat hij zijn theorieën baseert op foutieve interpretaties van verouderde
leertheorieën4. Moeten we de ideeën dan direct van tafel schuiven?
Ik denk het niet, ondanks de tekortkomingen binnen de principes, zetten deze
wel aan tot denken over leren. Dit is voor mij de belangrijkste gevolgtrekking
van de ‘hype’ rond het 70:20:10 principe.
Mijn idee: een medewerker moet
inzien welke kennis er nodig is, anders zal deze ook niet op zoek gaan naar de
kennis. Daarnaast moet een medewerker weten hoe deze vervolgens aan de kennis
komt en daarbij moet er een kritische houding ten opzichte van de kennis worden
ingenomen.
De vraag is dus hoe
managers kunnen zorgen dat medewerkers zich hier bewust van worden, maar ook
hoe zij de medewerkers kunnen stimuleren. Er zullen altijd verschillen in de
leergierigheid zijn tussen medewerkers. Hoe zorgt een manager dat zij zich
verder kunnen ontwikkelen zonder hen naar verplichte cursussen te sturen?
Zullen alle medewerkers uit zichzelf gaan leren? Hoe kom je er achter waar zich
kennisbronnen binnen een organisatie bevinden? Hoe houdt het management zicht
over het lerend vermogen en kennisniveau van medewerkers?
Naar mijn mening zou er eerst
stil moeten worden gestaan bij deze vragen en vervolgens tijd en geld
geïnvesteerd moeten worden in het stimuleren van informeel leren. Er is
gebleken dat bedrijven momenteel 80% van het budget uitgeven aan formeel leren.
Slechts 20% wordt besteed aan het stimuleren en mogelijk maken van informeel
leren1. Er valt dus nog een hoop (anders) te doen om optimaal tot
het “involve me and i’ll understand” op de werkvloer te komen!
Voor meer
informatie over het 70:20:10 principe:
1Cross, J. (2007). Informal learning. Rediscovering the natural
pathways that inspire
innovation and performance. San Francisco: Pfeiffer.
2Jennings, C. (2013). 70:20:10 Framework Explainded. 702010Forum.
3Paas, F. (n.d.). 70:20:10 is geen heilige graal. Verkregen van:
http://edossier.tinqwise.nl/expert/hoogleraar-fred-paas-702010-is-geen-heilige-graal/
4Vermeren, P. (2014). Review 70:20:10: Framework Jennings. Verkregen van: http://evidencebasedhrm.be/702010-framework-jennings/